Slechts een selectie aan waardevolle graven kan behouden blijven

Algemeen Zele

In Zele werd goed 15 jaar geleden onder impuls van toenmalig schepen van cultuur Maria Verheirstraeten een inventaris gemaakt van de merkwaardige grafmonumenten.  “Met een werkgroep moeten we bekijken welke zerken het lokaal bestuur nog langer wil bewaren”, aldus Johan Anthuenis (CD&V), schepen van Begraafplaatsen.

De “eeuwigdurende” concessies werden in 1971 bij wet omgezet naar concessies van 50 jaar.  Dit betekent dat de meeste van deze concessies dit jaar komen te vervallen. Hierdoor groeit de belangstelling voor het funerair erfgoed op de begraafplaatsen. “Destijds werd een inventaris opgemaakt met 44 merkwaardige graven op de Zeelse begraafplaatsen. Het lokaal bestuur kan deze onmogelijk allemaal bewaren. Bewaren betekent immers onderhouden en renoveren indien nodig. Sommige grafmonumenten hebben zelfs een zodanige omvang dat ze bij slecht onderhoud een onmiddellijk gevaar betekenen voor de bezoekers van de begraafplaats of voor andere zerken”, zegt Johan Anthuenis.

Verschillende lokale besturen starten een systeem op waarbij men meter of peter kan worden van een waardevol monument waarvoor de concessie is vervallen. Inwoners kunnen ook een graf adopteren om er later zelf begraven te worden. “We zullen op termijn bekijken wat hier haalbaar is”, zegt Johan Anthuenis. “Eerst dient de lijst met de 44 merkwaardige graven beoordeeld te worden door een werkgroep.  Daarbij dienen verschillende disciplines bij aanwezig te zijn.  Behalve de cultuur-historische valorisatie dient er ook een bouwtechnische beoordeling te komen.  Dit advies zal dan naar het college van burgemeester en schepenen worden overgemaakt die hier een beslissing dient over te nemen.”

De inventaris die destijds werd opgemaakt bevat een heel uiteenlopend overzicht van personen die een laatste rustplaats vonden op de Zeelse begraafplaatsen. “Dit gaat van bijvoorbeeld minister Edmond Rubbens en zijn familie, kanunnik Adolf Van der Moeren, over industriële families tot oostfrontstrijders en de oorlogsburgemeester. Wat nooit ter discussie zal staan”, aldus Anthuenis, “is het ereperk voor gesneuvelden, opgeëisten en politieke gevangenen dat, alhoewel misschien geen merkwaardig grafmonument, als een vorm van oorlogsmonument verder zal bewaard blijven.”