COLUMN Tegenstroom | Ter Kamerenbos

Tegenstroom

Aan het einde van de Louizalaan ligt het Ter Kamerenbos in Brussel. “Dit aangelegd park in Engelse stijl met bosachtig karakter dankt zijn naam aan de nabijgelegen Abdij van Terkameren. Het is een uniek stukje Brussels erfgoed dat gerust kan wedijveren met het iconische ‘Central Park’ in New York”, volgens visit.brussels.

Iets waar ik zeker wil inkomen. Het is ook een mooie plek voor een picknick in bubbels. Een rustplek, een endroit om te verpozen. Tot de cavalerie er is. En die was er. Onder impuls van enkele studenten werd een fictief feestje in elkaar gestoken. Toch kwam een kleine 5.000 man een bezoekje brengen aan het oord van verderf, in dit geval dus een quasi heilig park. Studenten durven al wel vaker tegen heilige huisjes stampen. Hun volste recht. Zeker wanneer een rechtbank beslist dat de coronaregels dienen opgeheven te worden. En dus waanden de jonge bollebozen zich weer in de periode van voor het vuile virus.

Toen waren grenzen vaag, rollebollen in het bos, muilen op een fuif, cantussen met cactusjenever, ze waren ongetwijfeld legio. En dat is amper iets meer dan een jaar geleden. Wat gaat de tijd toch snel, gebruik hem wel. Kan zijn dat de studenten in Brussel zo denken. Ergens hebben ze natuurlijk gelijk. De mooiste tijd van hun leven is bezig. Wat daarna komt is noeste en minder noeste arbeid, luisteren naar partner en kind(eren), plooien, dubbelplooien, soms driedubbelplooien. Of de politie uitdagen in de mooiste tijd van je leven erbij hoort. Ik dacht van wel. Daar zit corona voor niks tussen, dat is altijd zo geweest. De randjes opzoeken, studentikoos gedrag vertonen met andere woorden. Het is niet zomaar in het woordenboek geraakt. Ze maken het graag eens bont. Tot de cavalerie komt, dan vallen er gekwetsten in hart en ziel. En in lijf. Op de barricades staan tegen de coronamaatregelen, het kan vermoedelijk nog tot deze zomer. En dan komt er wel weer een andere vijand.