Standbeeld met verhaal: Andries de zot va Wies

Standbeeld met een verhaal Wieze

Iedereen heeft het wel eens: je passeert ergens aan een standbeeld en begrijpt niet meteen wat het daar staat te doen. Of waarom het daar staat, in het passeren is het ook niet meteen duidelijk wat het is. Misschien hebben mensen van buiten de Lebbeekse deelgemeente Wieze dat wel wanneer ze aan het Ontmoetingscentrum op de hoek van de Schoolstraat, met de Streekbaan en de Nieuwstraat even blijven stilstaan. Daar staat namelijk Andries, de zot va Wies. Tegenwoordig met een mondmasker op.

Wieze is carnaval en Wies is zot. Een oud spreekwoord zegt Wies is zot, Belle is bot en Lebbeke is een voddenkot. Heden een toeristische brochure, maar nog steeds verwijzend naar onder meer de Wiezenaars die er nog steeds alles aan doen om de zotskap tijdens het jaarlijkse carnaval met trots te dragen. En die liefde voor het verkleedfeest leverde in 1992 het beeld van Andries de zot va Wies op. De carnavalisten kregen zekerheid over hun vertegenwoordiger in inox in 1991. Na een kippeborstenfestijn, dat werd door het verdwenen De Voorpost bericht op 27 september van dat jaar. Het gemeentebestuur van Lebbeke zag het niet zitten voor de zot te betalen en dus hoestte het carnavalscomité de 200.000 Belgische frank voor het beeld zelf op.

Andries is een volkse narrenfiguur die in de vooroorlogse halfvastenstoet in Wieze meeliep. Zijn afbeelding kwam onder andere voor op de pamfletten tijdens de cavalcades van 1890 tot 1914′, volgens De Standaard. Het kunstwerk is 2,4 meter hoog en werd gemaakt in inox, door beeldhouwer Willy De Meester uit Denderbelle. De Meester heeft een naamgenoot uit Kruisem, ook een beeldhouwer die net iets beroemder is, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van zijn beelden. Zo maakte hij in de jaren tachtig voor de Sint-Martinuskapel in Belle een bas-reliëf boven de toegangsdeur. En recenter, in 2011 kon de man zijn lusten botvieren met een kettingszaag op een dode kerselaar in de Torrestraat in Sint-Gillis-Dendermonde, waar in de voortuin van het Hof van Pollietekens waar de vzw Jeugd zonder dak een onderkomen heeft en waar de Vemmekensspoeling plaatsvindt, een beeld van hem werd gezet. Het is een volwassen figuur die twee kinderen beschermt. “Mijn eerste roeping was sculpteren in hout”, verklaarde hij toen in Het Nieuwsblad. “Achteraf werkte ik ook in metaal. Toen ik echter enkele jaren geleden tijdens de jaarmarkt in Sint-Lievens-Houtem een bosbouwer figuren uit een blok hout zag zagen, besloot ik die techniek uit te proberen.”

In 2016 werd er een optocht georganiseerd omdat het beeld een kwarteeuw in Wieze stond. De maker kon er niet bij zijn, hij was intussen overleden. Marc Colman van het carnavalscomité nam toen wel de gelegenheid te baat om terug te gaan naar het begin. “De financiering en de installatie namen we zelf in handen, want het toenmalige gemeentebestuur gebaarde van krommenaas toen we aanklopten. Als een van de eersten in het land konden we in 1992 een standbeeld ter ere van onze traditie onthullen”, vertelde hij aan Het Nieuwsblad. Omdat er in Wieze, gekend als brouwersgemeente, al eens het glas geheven wordt, kwam er een speciale gin uit voor de verjaardag van Andries. Bij de onthulling van het beeld in 1992 werd een glaasje Andriesjenever gedronken. En in de fundering van de sokkel zit een fles jenever verstopt.

Nadien verdween Andries even naar de garage, voor een groot onderhoud. Vandaag staat hij te blinken als vanouds op zijn sokkel aan het Ontmoetingscentrum. De zot werd met een kraan weer op zijn plek gehesen. Het pleintje kreeg van de gemeente een stevige opwaardering. Zo werden er moderne banken geplaatst en kan iedereen er in de schaduw van de carnavalsfiguur even verpozen, wachtend op een nieuwe editie van Wies Carnaval, in 2022. Dan zal Andries zijn mondmasker wel weer mogen afzetten. Op maandagavond wordt dan Zotte Maandag gevierd en belandt de Zot va Wies op de brandstapel. Niet de inoxen Andries gelukkig…